Weekendje weg, quality time, discussie

Altijd een goed idee; samen autorijden04 januari 2018

Het was vrijdagmiddag en we reden met de auto (ik reed) richting Antwerpen. We hadden daar om 18.00 uur met collega’s van Roderik afgesproken voor een concert. We waren best op tijd vertrokken (want die vrijdagmiddagspits) en het ging verbazend snel. Voordat we het wisten zaten we al tegen Antwerpen aan. “Wat schiet het lekker op zeg!”, zei ik tegen Roderik. Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Op het moment dat we Antwerpen inrijden, is het verkeer een totale chaos. Iedere weg die de navigatie aangeeft was niet mogelijk. De HELE stad ligt open; Overal wegomleidingen, wegafzettingen, afwateringsystemen, files, enz. Nou, dan moet je Roderik naast je hebben….

Ik rij (bijna) altijd

Dat ik achter het stuur zat, was overigens een heel bewuste keuze, dit bespaart ons veel discussies. Ik vind namelijk dat Roderik te hard rijdt, teveel op bumpers kleeft, niet binnen een rijstrook blijft, gas geeft wanneer hij moet remmen, te snel afgeleid is, enz, enz, enz. Dus daarom rij ik meestal. Roderik vindt dat prima, dan kan hij lekker lezen of met zijn telefoon bezig zijn. Prima regeling. TOTDAT….er iets tegenzit, want dan is het altijd mijn fout. Zoals nu; een Antwerpen waarin geen enkele straat eruit ziet zoals hij eruit hoort te zien.

Roderik knows best

We hadden van het hotel een tip gekregen voor een parkeerplaats, dus die stond keurig in de navigatie. En de navigatie deed echt zijn best, maar na 20 minuten waren we nog geen 10 meter opgeschoten in de juiste richting. Werkelijk iedere weg lag open. En dan denkt Roderik het dus beter te weten dan de navigatie. Ik wil hier tot op een bepaalde hoogte best in meegaan, maar het resultaat is eigenlijk altijd hetzelfde; Roderik wordt nog gefrustreerder omdat het toch niet helemaal is zoals hij bedacht had.

De situatie

Het was inmiddels tegen 17.00 uur aan, dus de tijd begon toch wel te tikken (en Roderiks bom al helemaal). Op geen enkele manier konden we bij de parkeergarage komen die we hadden ingevoerd. Maar Roderik had daar zijn zinnen opgezet, dus dan moet het ook gebeuren. Inmiddels waren we wel al twee keer een parkeergarage voorbij gereden waar groot ‘VRIJ‘ stond. Op slechts 700 meter afstand van de eerste keus…

J; “Laten we de auto hier neerzetten, want ik heb niet het idee dat we op korte termijn in die andere garage terecht komen.”
R; “Nee joh, laten we gewoon naar die optie van het hotel rijden. Is dichterbij.”
J; “Deze is maar 700 meter lopen, dus in nog geen vijf minuten zijn we er.”
R; “Nee, we nemen die andere.”

We rijden er dus voorbij. Voor de derde keer. We sluiten aan in een kleine file die absoluut-totaal-helemaal stil staat. Nul beweging.

J; “Je weet dat we inmiddels al zes keer heen en weer hadden kunnen lopen van ‘mijn’ garage naar het hotel?”
R; “Ik wil gewoon in die andere garage staan!”
J; “Maar waarom?”
R; “DAAROM!”

Vijf minuten worden tien minuten later. Nul beweging.

R; “Keer hier maar om, dan proberen we het via een andere kant.”
J; “Hier? Op dit onmogelijke kruispunt?”
R; “Ja doe dan!”

Ik ga keren om hem niet al te veel te frustreren, want de auto is inmiddels behoorlijk onderkoeld door de stemming. Resultaat; Overal fietsers en voetgangers om de auto heen, weer nul beweging.

R; “GA DAN!”
J; “En dan direct een paar mensen op de bumper?! In deze tijd genoeg reden om een mitrailleur leeg te vuren op ons.”

We rijden nog een keer langs ‘mijn’ VRIJE parkeergarage.

J: “Hé kijk, nog steeds vrij!” (Op dit moment vind ik het heerlijk om nog wat olie op het vuur te gooien)
R: “Nu moet je ophouden, WE GAAN NAAR DIE ANDERE!”
J: “Wat jij wil schattepatatje. Die is vast veel beter voor onze auto, misschien is mijn parkeerplaats wel dé hangplek voor probleemjongeren, schorriemorrie en ander soort gespuis. Eigenlijk….ziet hij er ook heel onveilig uit. Groot gelijk om nog een rondje stapvoets verder te rijden.
R: “Hou er nou over op. Het hotel heeft die andere aangegeven, dus we gaan ook naar die andere.”
J: Je moet dan wel even jouw collega’s op de hoogte brengen dat we 18.00 uur niet meer gaan redden in dit tempo. 22.00 uur moeten we zeker halen!”

We gaan opnieuw in de file staan richting de gewenste parkeergarage van Roderik. Ik kan mijn tranen  bijna niet meer inhouden van het lachen. Ik moet ook aan de leus van de NS denken; Beste weg naar hartje stad? Neem de trein. Zo waar! Helemaal omdat het hotel pal tegenover het station ligt.

J: “Ik denk dat ik ga vloggen. Over jou. Cameraatje op het dashboard op jou gericht en dan kunnen anderen ook mee smullen van deze idioterie.”

Roderik reageert niet.

J: “Een kijkcijferkanon word je, schatje. Ik zweer het je.”

Weer 10 minuten later, nul beweging. Inmiddels begin ik zijn koppigheid wel een beetje zat te worden en vraag ik mezelf af in hoeverre ik hierin mee moet gaan. Vrij snel daarna denk ik; je zoekt het ook eigenlijk maar uit met die koppigheid.

J: “Weet je wat ik ga doen? Ik wacht nog twee minuten, dan stap ik uit en dan loop ik wel naar het hotel, waar ik by the way, al een uur had kunnen zitten aan een wijntje.”
R: “Rij naar die parkeergarage!”
J: “Ja, dat proberen we nu toch?”
R: “NEEEEEEE, NAAR DIE VAN JOU!”
J: “Are you fucking kidding me?”
R: “RIJDEN DAN!!!”
J: “Zoals ik al zei schatje, een kijkcijferkanon word je!”

En zo gebeurde het dat we na die magische woorden van Roderik binnen twee minuten in mijn parkeergarage stonden en met vijf minuutjes in het hotel. De beste weg naar hartje stad? Juist, altijd naar mij luisteren. Ik hoop van harte dat Roderik hier een wijze les uit heeft geleerd. Want vanmiddag zitten we gewoon weer gezellig samen in de auto richting centrum Utrecht!

Gaat het bij anderen ook net zo, af en toe?

 

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail to someone
Geen reacties

Geef een reactie